Het Hof van Justitie (HvJ) heeft een gunstige uitspraak gedaan voor bedrijven die in het buitenland betaalde btw terugvragen. In de zaak van CHEP Equipment Pooling (C-242/19) stelt het HvJ dat een EU-lidstaat een belastingplichtige van een andere EU-lidstaat niet het recht op teruggaaf van btw mag weigeren om het enkele feit dat deze belastingplichtige niet in de lidstaat van teruggaaf voor btw geïdentificeerd is.
De conclusie van het HvJ is enigszins vergelijkbaar met die in de zaak van Nidera (C-385/09). In die zaak ging het ook om de vraag of een in een andere EU-lidstaat gevestigde ondernemer btw in een andere EU-lidstaat kon terugvragen op basis van de 8e Richtlijn, of dat daarvoor een lokale btw registratie moest plaatsvinden.

 

Wat eraan vooraf ging… 

Wat is nu precies de achtergrond van deze zaak? CHEP is een in België gevestigde vennootschap die actief is in de palletverhuur. CHEP België koopt pallets in verschillende EU-lidstaten en verhuurt deze aan entiteiten van de CHEP-groep die in andere EU-lidstaten zijn gevestigd. Deze entiteiten verhuren de pallets aan klanten in hun eigen EU-lidstaat. 

In dit geval had CHEP België pallets gekocht van een Roemeense leverancier. De verkoopprijzen die de leverancier factureerde waren inclusief btw. De pallets zijn vervoerd van de leverancier in Roemenië naar een andere bestemming binnen Roemenië.

CHEP België heeft deze pallets én pallets die zij in andere EU-lidstaten hebben gekocht en naar Roemenië hebben vervoerd, verhuurd aan CHEP Roemenië. CHEP Roemenië heeft vervolgens verschillende pallets onderverhuurd aan Roemeense klanten die ze naar Roemenië of andere landen konden verzenden. De pallets die zijn gebruikt voor uitvoer van goederen, zijn teruggezonden naar CHEP Roemenië. CHEP Roemenië heeft deze voor invoer aangegeven en de waarde ervan (inclusief btw) aan CHEP België gefactureerd.

 

De zaak

CHEP heeft de Roemeense belastingdienst verzocht om teruggaaf van btw. Het gaat om de btw die de Roemeense pallets-leverancier in rekening heeft gebracht en de door CHEP Roemenië gefactureerde btw. De Roemeense belastingdienst heeft deze teruggaaf geweigerd en het bezwaar hiertegen afgewezen.

CHEP België was volgens de Roemeense wet verplicht om zich voor btw-doeleinden te identificeren in Roemenië.

De Roemeense belastingdienst heeft namelijk vastgesteld dat CHEP België aan CHEP Roemenië niet alleen in Roemenië ingekochte pallets heeft verhuurd, maar ook pallets uit andere EU-lidstaten. De overbrenging van de, in andere lidstaten ingekochte, pallets wordt in Roemenië gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving. De Roemeense fiscus is daarom van mening dat CHEP België zich voor btw-doeleinden in Roemenië had moeten identificeren.

 

Beroep

CHEP België was het hier niet mee eens. Allereerst is zij van mening dat de (tijdelijke) overbrenging van de pallets niet resulteert in een verplichting om zich te registreren voor de btw in Roemenië. En zelfs als dit wel het geval zou zijn, dan kan Roemenië het recht op teruggaaf op basis van richtlijn 2008/9 (de 8e Richtlijn) niet weigeren.

CHEP België wijst erop dat richtlijn 2008/9 onjuist in Roemeens recht is omgezet, aangezien de teruggaaf van de btw afhankelijk is gesteld van de, niet in deze richtlijn opgenomen, voorwaarde dat de belastingplichtige niet in Roemenië voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

 

Uitspraak

Het HvJ geeft CHEP België op beide punten gelijk.

De overbrenging van de pallets met het oog op de verhuur van deze pallets kan niet als een intracommunautaire levering worden gezien. Het gebruik van de goederen voor de betreffende diensten is namelijk tijdelijk en zij zijn verzonden of vervoerd vanuit de lidstaat waar deze belastingplichtige is gevestigd.

De Roemeense belastingdienst mag het recht op teruggaaf van btw niet weigeren op de enkele grond dat de belastingplichtige in de lidstaat van teruggaaf voor de btw geïdentificeerd is of had moeten zijn, aldus het HvJ.

 

Opmerkelijk? Of niet?

Een vergelijking met de Nidera zaak lijkt voor de hand te liggen. In die zaak ging het om een Nederlandse ondernemer die lokaal goederen kocht, die hij daarna exporteerde. Volgens de lokale belastingdienst (Litouwen) had de Nederlandse ondernemer zich moeten registreren en kon de in rekening gebrachte lokale btw niet door middel van een teruggaafverzoek worden gedaan.

Het HvJ maakte in deze zaak al duidelijk dat een belastingplichtige niet mag worden gehinderd in zijn recht op aftrek op de enkele grond dat zij zich niet heeft geïdentificeerd voor btw-doeleinden. In dat opzicht is de uitspraak in CHEP België niet verrassend.

 

Lokale btw-registratie

Natuurlijk blijft het van belang om bij ieder teruggaafverzoek na te gaan wat de reden is voor de in rekening gebrachte btw, en of de gemaakte kosten betrekking hebben op (belaste) activiteiten in het betreffende land. Indien dit het geval is, kan een lokale btw-registratie vereist zijn.

Met de CHEP zaak is echter wel duidelijk dat het Europese HvJ streng is voor de lidstaten en dat het recht op teruggaaf voor EU-ondernemers wordt beschermd.

 

5 quick wins

Wil je weten hoe je fouten in je claim voorkomt? En bovendien de btw-teruggave en het declaratieproces maximaliseert? Lees onze 5 quick wins: 

 

Download de whitepaper

 

btw teruggave Rechtspraak buitenlandse registratie
Get always updated!

Receive the latest VAT Recovery news by email.

022-satellite

vat4u